Download  Print this page

Craftsman 25429 Instruction Manual page 80

Hide thumbs

Advertisement

7. Ricerca
guasti.
7. Het
Iocaliseren
van fouten.
®
1.
2.
3.
4.
II motore
non parte
(_
Manca it carburante.
1.
Difetto di candeta.
2.
Cotlegamento
della candela difettoso.
3.
Sporco net sistema
di alimentazione
e o net carbura-
4.
tore.
II motorino
di awiamento
non fa girare il too=
tore
1.
Batteria scarica.
2.
Difetto di contatto ira cavo e polo della batteria.
3.
Leva di inserimento det tagtiaerba in posizione errata.
4.
Fusibile principale bruciato.
5.
Interruttore a chiave guasto.
6.
Interruttore di sicurezza per pedale freno/frizione
guas-
to.
7.
Premere il pedale freno/frizione.
II motore
non gira bene
1. Scalare di marcia.
2.
Difetto di candela.
3.
Difetto regotazione carburatore.
4.
Filtro ostruito.
5. Sfiato serbatoio carburante ostruito.
6. Controllare la registrazione detl'accensione.
7. Sporco nei tubi det carburante.
II motore
non "tira"
bene
1.
Filtro dell'aria ostruito.
2.
Difetto di candela.
3. Sporco nel carburatore o nei tubi del carburante.
4.
Difetto regolazione carburatore.
II motore
si surriscalda
1.
Motore sotto sforzo.
2.
Presa d'aria o alette di raffreddamento
ostruite.
3. Ventota danneggiata.
4.
Manca olio nel motore.
5. Accensione
difettosa.
6.
Difetto di candeta.
La batteria
non ricarica
1.
Fusibile bruciato.
2.
Uno o piQ elementi danneggiati.
3. Cattivo contatto ira cavi epoli della batteria.
Le luci
non funzionano
1.
Lampade bruciate o rotte.
2.
Interruttore guasto.
3. Cortocircuito
netl'impianto etettrico.
La macchina
vibra
1.
Le lame sono lente.
2.
II motore e lento.
3.
Lame fuori equilibrio causato da danneggiamento
o difetto
di affilatura.
Risultato
di taglio
irregolare
1.
Lame da affilare.
2. Tagtaierba fuori assetto.
3.
Erba alta o bagnata.
4. Accumulo di erba sotto il coprilame.
5.
Pressione non uniforme nei pneumatici.
6.
Marcia troppo alta.
7.
La cinghia slitta.
De motor
start niet
Er is geen benzine in de tank.
De bougie is defect.
De bougie-aanstuiting
is defect.
Vuit in carburateur of brandstofleiding.
De startmotor
trekt
de motor
niet
1.
Deaccu is leeg.
2.
Stecht contact tussen kabel en accupool.
3.
Aan/uitschakelhendet
in foutieve stand.
4.
De hoofdzekering
is defect.
5.
Her stuurslot/contact
is defect.
6.
Het veiligheidscontact
voor koppetings/rempedaal
defect.
7.
Koppetings/rempedaal
niet ingedrukt.
is
De motor
Ioopt
niet gelijkmatig
1. Te hoge versnelting.
2.
De bougie is defect.
3.
De carburateur is foutief ingestetd.
4.
Het luchtfilter zit dicht.
5.
De ventilatie van de brandstoftank
is verstopt.
6.
De ontsteking is verkeerd ingestetd.
7. Vuit in de brandstofleidingen.
De motor
lijkt zwak/weinig
vermogen
1.
Het luchtfilter is verstopt.
2.
De bougie is defect.
3.
Vuit in de carburateur of brandstofleiding.
4.
De carburateur is verkeerd ingestetd.
De motor
raakt oververhit
1.
De motor is overbetast.
2.
De luchtinlaat of de koetribben zitten verstopt.
3.
De ventilator is beschadigd.
4.
Te weinig of geen olie in de motor.
5.
Het voorgloeien is defect.
6.
De bougie is defect.
De accu
laadt
niet op
1.
De zekering is defect.
2.
Een of meer celten zijn beschadigd.
3.
Accupolen en kabets maken geen contact.
De verlichting
werkt
niet
1.
De gloeilampen zijn stuk.
2.
De schakelaar is defect.
3.
Kortsluiting in de leiding.
De machine
trilt
1.
De messen zitten los.
2.
De motor zit los.
3.
E_6nof beide messen zijn in onbalans, veroorzaakt door
beschadiging of stechte balans na het slijpen.
Hoogte
van gemaaid
gras is ongelijk
1.
De messen zijn bot.
2.
De maaikast staat niet recht.
3.
Lang of nat gras.
4.
Grasophoping
onder de kap.
5.
De tuchtdruk in de banden is links en rechts niet getijk.
6. Te hoge versnelling.
7.
De aandrijfriem stipt.
80

Advertisement

loading