1. Plaats nooit de insert-hoofdtelefoon zonder een nieuwe, schone en onbeschadigde testtip.
Controleer altijd of het schuim of de oordopjes juist geplaatst zijn. Oordopjes en schuim zijn voor
eenmalig gebruik.
2. Het instrument is niet bedoeld voor gebruik in omgevingen waar vloeistof geknoeid kan worden.
3. Het instrument is niet geschikt voor werking in een zuurstofrijke omgeving of in combinatie met
ontvlambare middelen.
4. Controleer de kalibratie als onderdelen van het apparaat aan schokken of ruwe behandeling zijn
blootgesteld.
5. Onderdelen met de markering "eenmalig gebruik" zijn bedoeld voor een enkele patiënt tijdens een
enkele procedure en kunnen een besmettingsrisico vormen als het onderdeel wordt hergebruikt.
6. Schakel de stroom van het Affinity-apparaat niet aan/uit terwijl het met een patiënt is verbonden.
7. De specificaties voor het apparaat gelden als het apparaat binnen de omgevingsbeperkingen wordt
bediend.
8. Gebruik bij het verbinden van het apparaat alleen de speciale aansluiting zoals beschreven in het
onderdeel "Achterpaneel Affinity". Als voor de transducer de verkeerde aansluiting wordt gekozen,
zal het geluidsdrukniveau (sound pressure level, SPL) van de prikkel niet voldoen aan het
gekalibreerde niveau zoals dat in de gebruikersinterface is ingesteld en dit kan leiden tot een
onjuiste diagnose.
9. Voor veilige werking en geldige metingen moeten het Affinity-apparaat en diens accessoires
minstens eenmaal per jaar worden gecontroleerd en gekalibreerd, of vaker als dit door plaatselijke
regelgeving wordt vereist of als er twijfel bestaat over het juist functioneren van het Affinity-apparaat.
10. Gebruik alleen geluidsstimulatieniveaus die acceptabel zijn voor de patiënt.
11. Het is aan te raden de delen die in direct contact staan met de patiënt (bijv. de probe) te reinigen
met standaard infectiebestrijdingsprocedures tussen het testen van verschillende patiënten. Zie de
paragraaf over reiniging
12. Zorg ervoor dat de links/rechts-transducer verbonden is met het overeenkomstige oor van de patiënt
en dat in de gebruikersinterface het juiste test-oor is geselecteerd.
13. Om elektrische schokken te voorkomen moet de apparatuur uitgeschakeld blijven en de stekker uit
het stopcontact worden gehaald wanneer de behuizing wordt geopend door onderhoudspersoneel.
OPMERKING
1. Om systeemfouten te voorkomen, dient u de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen om
computervirussen en vergelijkbare problemen te voorkomen.
2. Het gebruik van besturingssystemen waarbij Microsoft geen software- en beveiligingsondersteuning
meer biedt, verhoogt het risico op virussen en malware, wat kan leiden tot storingen,
gegevensverlies, diefstal en misbruik van gegevens.
Interacoustics A/S kan niet aansprakelijk worden gesteld voor uw gegevens. Sommige
Interacoustics A/S-producten ondersteunen of werken mogelijk met besturingssystemen die niet
door Microsoft worden ondersteund. Interacoustics A/S raadt u aan om altijd door Microsoft
ondersteunde besturingssystemen te gebruiken waarvan de beveiliging volledig bijgewerkt blijft.
3. Gebruik alleen transducers die gekalibreerd zijn met het daadwerkelijke instrument. Om een juiste
kalibratie te verkrijgen is het serienummer van het instrument op de transducer vermeld.
4. Hoewel het instrument voldoet aan de relevante EMC-eisen, dienen voorzorgsmaatregelen te
worden genomen om onnodige blootstelling aan elektromagnetische velden, bijv. van mobiele
telefoons e.d., te voorkomen. Als het apparaat wordt gebruikt naast andere apparatuur, moet ervoor
worden gezorgd dat deze elkaar onderling niet stoort. Zie ook de richtlijnen voor EMC in paragraaf
11.7
Affinity2.0/Equinox2.0 – Gebruiksaanwijzing - NL
Page 4
Need help?
Do you have a question about the Affinity2.0 and is the answer not in the manual?